De data achter de slogan
Klinieken zijn geen kleine ziekenhuizen
Zelfstandige klinieken zijn niet meer weg te denken uit de Nederlandse zorg, met een eigen schadepatroon, eigen governance en een reputatierisico dat fundamenteel verschilt van een algemeen ziekenhuis. Dit artikel zet de cijfers naast de aannames en laat zien waarom een traditionele aansprakelijkheidsverzekering niet passend is voor klinieken..

De sector is volwassen geworden
In 2024 bezochten ruim 1,3 miljoen Nederlanders een zelfstandige kliniek. Klinieken voerden samen 3,6 miljoen behandelingen uit, waarvan 1,2 miljoen invasief. Het marktaandeel van klinieken in de medisch-specialistische zorg (MSZ) steeg in datzelfde jaar naar 17,8 procent, met een totaal vergoedingsbedrag van EUR 1,48 miljard. Ter vergelijking: in 2015 lag de totale ZBC-omzet rond EUR 695 mln. De groei is in tien jaar dus ruim verdubbeld, en de versnelling zet door.
Achter dat marktaandeel zit een gefragmenteerde structuur. ZKN telt circa 113 leden in haar kerngroep en 146 inclusief kandidaten (peilmoment 2025), met ruim 440 vestigingen. De bredere markt waarvoor de IGJ data verzamelt is groter: 783 klinieken in 2024. En die markt is sterk geconcentreerd: 25 procent van de ZBC’s met de hoogste omzet vertegenwoordigt circa 80 procent van de totale omzet, en de vier grootste ketens samen circa 32 procent. Dat betekent dat de sector feitelijk uit twee submarkten bestaat: een kopgroep van professioneel-bestuurde, vaak private-equity-gefinancierde ketens, en een lange staart van mono-specialistische klinieken met een of enkele vestigingen.
Een ander schadepatroon dan in een ziekenhuis
Het inhoudelijke verschil zit niet in de techniek van de zorg, een knieprothese is een knieprothese, of die nu in een ZBC of in een algemeen ziekenhuis wordt geplaatst. Het verschil zit in de schade-aanleiding. Algemene ziekenhuizen genereren een aanzienlijk deel van hun claims uit de acute en complexe zorg: SEH-incidenten, post-operatieve complicaties bij ASA 3-4-patienten, langdurige IC-trajecten waar communicatie ergens in een keten van zorgverleners verkeerd kan gaan. Klinieken werken juist met geselecteerde patiënten, met afgebakende behandelingen en met grotendeels planbare ingrepen.
Het verschil zit niet in de techniek van de zorg, maar in de schade-aanleiding en daarmee wat in de claimbehandeling belangrijk is.
Dat betekent niet dat het schaderisico kleiner is: het is anders. Bij klinieken zijn de meest voorkomende claim-aanleidingen statistisch gerelateerd aan voorlichting vooraf, verwachtingsmanagement, postoperatieve nazorg en de afhandeling van klachten. Een verkeerde lenskeuze in een oogkliniek, een onvoldoende toelichting bij een liposuctie, een gemiste diagnose melanoom in een dermatologische polikliniek, een infectie na knieprothese die te laat wordt herkend: deze zaken delen geen techniek-fout maar een communicatie- of nazorg-fout. Uit de Medirisk-claimdatabase met circa 30.000 historische dossiers de grootste eigen database in Nederland, blijkt dat dit patroon hardnekkig is. In Medirisk Focus 2024 werd vastgesteld dat 1 procent van de claims circa 20 procent van de schadelast veroorzaakt, en dat het aandeel leden met dure claims (>EUR 700.000) in vijf jaar tijd is gestegen van 10 naar 42 procent. Die concentratie en stijging is voor de kliniek-markt extra hard, omdat een enkele dure claim hier sneller een vestigingsresultaat raakt.
Andere governance: klinieken zijn eigenaar, behandelaar, werkgever en verzekeringnemer in één
In een ziekenhuis zijn de bestuurlijke rollen gescheiden. De raad van bestuur verzekert, medisch specialisten werken via een MSB met soms eigen polissen en de werkgeversaansprakelijkheid loopt via een apart traject. In een mono-specialistische kliniek zijn die rollen vaak verenigd in een of twee personen. De eigenaar-arts is tegelijk werkgever van de OK-assistente, verzekeringnemer onder de aansprakelijkheidspolis, en de natuurlijke persoon bij wie de patiënt klaagt. Dat is geen tekortkoming, het is een van de redenen waarom klinieken zo wendbaar zijn. . Maar het heeft consequenties voor bijvoorbeeld de inrichting van de polis voor de kliniek en de verhouding met de zzp-polissen van behandelende specialisten moeten samenhangend zijn ontworpen, niet als losse modules naast elkaar geplakt.
Bovendien geldt voor klinieken het ZKN-keurmerk met bijbehorende PDCA-cyclus, en zijn ze net als ziekenhuizen Wkkgz-plichtig (klachtfunctionaris, geschilleninstantie). De praktijk is dat klinieken hier vaak beter in slagen dan instellingen drie keer hun maat, simpelweg omdat de lijnen korter zijn. Een verzekeraar moet ook deze samenhang kunnen faciliteren.

Reputatie als commercieel kapitaal
Klinieken zijn zeer reputatie gevoelig en bestaan bij de gratie van vrijwillige patiëntkeuze, een staaroperatie bij een ZBC in Apeldoorn is niet gebonden aan een postcode. Online reviews, Google-rating, social media-aandacht en mond-tot-mond bepalen de instroom direct. Een klacht of claim die slecht wordt afgehandeld kan voor een kleinere kliniek binnen een kwartaal een omzeteffect hebben dat ver boven de juridische schadepost uitsteekt.
Dit is precies waarom een herstelgerichte benadering bij claims in een kliniek geen luxe is maar bedrijfseconomische noodzaak. Een vast aanspreekpunt, vroege erkenning waar dat kan, dialoog met de patiënt en gezamenlijke regie op leren en verbeteren voorkomt dat een incident uitgroeit tot enorme reputatieschade. Onze Medirisk Methode is op dat principe gebouwd; in een kliniek-context tikt elke week sneller en harder door dan in een ziekenhuis.
Concentratie, private equity en de governance-vraag
De afgelopen jaren heeft private equity een aanzienlijk deel van de kop van de markt overgenomen. Bergman Clinics (eigendom van Triton, ondernemingswaarde geschat op minimaal EUR 750 mln in 2022), Equipe Zorgbedrijven (Nordic Capital), Corius (Ufenau Capital): de schaal en professionalisering die deze partijen brengen is reëel, maar de combinatie van rendementseisen en zorgkwaliteit wordt sinds Co-Med scherper publiek gewogen. NZa en IGJ stellen kritischer vragen bij overnames; de Kamer debatteert over PE in de zorg; en bij claim-events spelen vragen rond run-off, dekking bij bedrijfsbeëindiging en het effect van een claim op een hele groep een grotere rol dan eerder.
Wat dat voor de aansprakelijkheidsverzekering betekent is even simpel als ongemakkelijk: een polis moet niet alleen het normale schaderisico dekken, maar ook scenario’s waar de keten zelf verandert. Een onderlinge waarborgmaatschappij, zonder aandeelhouders, met leden als eigenaars heeft hier structurele voordelen: er is geen tegenstelling tussen rendement en serviceniveau, en er is geen prikkel om bij een lastige claim te kiezen voor de juridisch zuinigste route in plaats van de zorginhoudelijk juiste.
Wat dit betekent voor aansprakelijkheid en de polis
Voeg de vier observaties bij elkaar — ander schadepatroon, eigen governance, reputatierisico en sectorale consolidatie — en je houdt vier ontwerprichtlijnen over voor een polis die in een kliniek past. Ten eerste: dekking moet specialisme-specifiek zijn onderbouwd; ziekenhuis-benchmarks zijn voor klinieken te grof. Twee: claimbehandeling moet herstelgericht zijn en met een vast aanspreekpunt, want de tijdshorizon van reputatieschade is korter dan in een ziekenhuis. Drie: de inrichting van de polis moet de samenhang tussen instellings-, klacht/tucht- en bestuurdersaansprakelijkheid expliciet maken, omdat de rollen feitelijk samenvallen. En vier: de verzekeraar moet als samenwerkings- en kennispartner functioneren in plaats van uitkeerder, omdat klinieken voor hun ZKN-keurmerk-PDCA en hun Wkkgz-verplichtingen baat hebben bij wat de claimdata aan patronen laat zien.
Conclusie: een slogan met fundering
‘Klinieken zijn geen kleine ziekenhuizen’ is geen loze marketingpraat maar een empirisch verschil. Het zit in de cijfers van de IGJ, in de schadepatronen van een grote claimdatabase, in de governance-realiteit van mono-specialistische instellingen en in de reputatie-economie waarin klinieken commercieel opereren. Medirisk heeft daarom een eigen kliniekdekking opgebouwd, op basis van een claimdatabase die het mogelijk maakt om per specialisme te benchmarken, en werkt herstelgericht omdat in een kliniek een andere route niet houdbaar is.
Wij zijn een onderlinge waarborgmaatschappij. Onze leden zijn onze eigenaar, en elke euro premie gaat naar de zorg, niet naar aandeelhouders. Op 4 juni 2026 zijn we op het ZKN-jaarcongres in De Tinfabriek in Naarden. Wij gaan er graag het gesprek over aan.

Business Development, Medirisk
Bronnen: