Veiligheidsdenken in de wetenschap

Medirisk Fellowship: van theorie naar praktijk #7: Dorthe Klein, onderzoeker Maastricht UMC+

Hoe geven deelnemers aan het Medirisk Fellowship Nieuw Veiligheidsdenken handen en voeten aan de theorie? Hoe passen zij dit toe in hun zorginstelling? In een nieuwe serie interviews krijgen fellows het woord om praktijkervaringen te delen en anderen te inspireren. In deel 7: Dorthe Klein, onderzoeker Maastricht UMC+.

“Safety-II is geen methode, het is een manier van kijken”

Ook binnen de wetenschap krijgt het nieuwe veiligheidsdenken steeds meer voet aan de grond. En dat is belangrijk: onderzoek draagt eraan bij dat Safety-II zich verder ontwikkelt tot een stevig onderbouwde en toepasbare benadering van veiligheid. Onderzoeker Dorthe Klein uit het Maastricht UMC+ past inzichten en methodieken uit Safety-II actief toe in haar eigen onderzoek en in de begeleiding van promovendi. “Het fellowship Nieuw Veiligheidsdenken was voor mij een kantelpunt. Ik wilde niet alleen literatuur lezen, ik wilde dieper.”

Tien jaar geleden deed ze als promovendus onderzoek naar de effectiviteit van medisch dossieronderzoek als middel om de patiëntveiligheid in klinische zorg te meten en te verbeteren. “Dossieronderzoek bleek onder voorwaarden bruikbaar om algemene trends in patiëntveiligheid te evalueren, maar minder geschikt om te verbeteren naar aanleiding van individuele calamiteiten. En dat zag je ook in de cijfers: jaar na jaar bleef de sterfte en vermijdbare schade hoog. Ik voelde: dit moet anders kunnen. Er moest een manier zijn om de patiëntveiligheid verder te verbeteren. In mijn zoektocht stuitte ik op literatuur van onder andere Erik Hollnagel , de grondlegger van Safety-II.”

Fellowship als katalysator
Het promotieonderzoek van gynaecoloog Marit de Vos bevestigde haar gevoel. Vos’ onderzoek richtte zich op het leren van ongewenste uitkomsten én van de alledaagse praktijk, waarin het meestal goed gaat. Korte tijd later zag Klein op LinkedIn een bericht over het fellowship van Medirisk. “Ik dacht: ‘ik kan wel blijven lezen, maar ik wil dit echt doorgronden’. Het fellowship gaf ruimte om samen met anderen te verkennen hoe het gedachtengoed concreet kan worden toegepast. Hoewel ze de enige onderzoeker was tussen zorgverleners en kwaliteitsadviseurs, voelde ze zich op haar plek. “Ik vond het bijzonder waardevol om vanuit verschillende perspectieven inzichten en ervaringen uit te wisselen.”

“de dagelijkse praktijk vaak veel complexer is dan zoals die in een protocol wordt beschreven”

Safety-II als fundament voor onderzoek
Sinds het fellowship wordt ze in het MUMC+ regelmatig ingeschakeld om haar kennis te delen en mee te denken. In diverse promotieonderzoeken wordt het Safety-II-gedachtengoed daardoor inmiddels benut. Zo werd op haar advies de FRAM-methodiek gebruikt bij onderzoek naar de dagelijkse variatie in behandelingen voor IBD*-patiënten. “De visualisatie volgens deze methodiek is overzichtelijk en richtinggevend”, zegt Klein. “Je ziet in één oogopslag al dat de dagelijkse praktijk vaak veel complexer is dan zoals die in een protocol wordt beschreven. De FRAM-weergave doet meer recht aan de complexiteit van zorg dan de rechtlijnige beschrijving op papier.”

Ook in het onderzoek van de recent gepromoveerde gynaecoloog Désirée Klemann speelde Kleins Safety-II-kennis een rol. Klemann onderzocht achterliggende oorzaken van schadeclaims in de Nederlandse ziekenhuiszorg en hoe daarvan valt te leren. Ze keek daarbij onder meer naar de mismatch tussen de aard van medische incidenten en de manier waarop ze juridisch worden afgehandeld, met name via het tuchtrecht. Bij medische incidenten werkt een netwerk van specialisten samen aan de zorg voor een patiënt, terwijl het tuchtrecht zich richt op een individu. Voor dit onderdeel van Klemanns studie werd contact met Klein gezocht. “Haar promotor zei tegen mij: ‘Jij hebt toch dat fellowship gedaan? Die inzichten hebben we nodig!’” Klein werd betrokken bij de voorbespreking van het onderzoek, waarbij ze mogelijke koppelingen met Safety-II bekeek, leverde input voor een wetenschappelijk artikel en zorgde voor de inbedding van de Safety-II-theorie in het manuscript.

“iedereen kijkt door zijn eigen bril naar kwaliteit en veiligheid en dat is ontzettend leerzaam”

Verspreiding van het gedachtengoed
Ook binnen het ziekenhuis zet ze zich actief in om Safety-II breder bekend te maken. Zo geeft ze jaarlijks een masterclass aan medewerkers. “Dat kun je zien als een praktische introductie in Safety-II: in twee uur vertel ik over de kernpunten van het nieuwe veiligheidsdenken en stimuleer ik hen om te bedenken wat ze op hun eigen afdeling kunnen doen. Dat kan iets kleins zijn, zoals een debriefing aan het eind van de dag: wat ging goed?” Daarnaast is er een Safety-II-netwerk opgericht, waarin verpleegkundigen, artsen, onderzoekers, kwaliteitsmedewerkers en leidinggevenden drie tot vier keer per jaar samenkomen. “Iedereen kijkt door zijn eigen bril naar kwaliteit en veiligheid en dat is ontzettend leerzaam. Bovendien: als je hoort dat iets op een andere afdeling werkt, sta je er meer voor open om het ook op je eigen afdeling te proberen.”

Kracht van herhaling
Hoewel ze haar rol als intern expert serieus neemt, blijft ze bescheiden. “Het is niet zo dat ik het Safety-II-orakel ben. Uiteindelijk moeten mensen het zelf doen. Ik geloof in de kracht van herhaling: door steeds te blijven zeggen dat er meer te halen valt dan alleen met ‘oude’ strategieën.” Haar belangrijkste boodschap aan collega-onderzoekers? “Blijf je openstellen. Voor deze denkwijze heb ik me opengesteld, en ik leer er nog steeds van. Safety-II is geen methode, het is een manier van kijken.”